De uitspraak

Deliveroo liet bezorgers tot 2018 werken op basis van een arbeidsovereenkomst. Toen het bedrijf besloot bestaande contracten niet te verlengen en alleen nog met een overeenkomst van opdracht te werken, spande vakbond FNV een procedure aan: volgens de bond was er feitelijk nog altijd sprake van een dienstverband, ongeacht welk label er op het contract stond. Het gerechtshof Amsterdam stelde de bond in het gelijk. Op 24 maart 2023 bevestigde de Hoge Raad dat oordeel: de bezorgers hadden een arbeidsovereenkomst, geen overeenkomst van opdracht.

De uitkomst zelf ging alleen over Deliveroo. Wat het arrest voor de rest van Nederland betekent, zit ergens anders: de Hoge Raad greep de zaak aan om een toetsingskader neer te zetten dat sindsdien bij vrijwel elke schijnzelfstandigheidszaak wordt gebruikt — óók in sectoren die niets met bezorgen te maken hebben, en óók door de Belastingdienst bij de handhaving die sinds 1 januari 2025 actief is.

Waarom dit hét toetsingskader werd

Vóór Deliveroo bestond er geen vaste, uitputtende manier om een arbeidsovereenkomst van een overeenkomst van opdracht te onderscheiden. Rechters keken naar verschillende omstandigheden, wogen die verschillend, en kwamen in vergelijkbare zaken tot uiteenlopende uitkomsten — het probleem dat juristen wel de 'ontzagging van de arbeidsovereenkomst' noemen: hoe specifieker je het contract vormgeeft om buiten de wettelijke definitie te blijven, hoe minder grip diezelfde definitie nog heeft.

De Hoge Raad loste dat niet op met een scherpere definitie, maar met een gezichtspuntencatalogus: negen omstandigheden die allemaal meetellen, zonder vaste rangorde en zonder dat één punt op zichzelf beslissend is. Het gaat om de holistische weging van al die punten samen, tegen de achtergrond van hoe partijen zich in de praktijk daadwerkelijk tot elkaar verhouden — niet wat er op papier staat. Precies dat maakt het toetsingskader tegelijk moeilijker te omzeilen én lastiger om in één zin samen te vatten.

De negen gezichtspunten

  • Aard en duur van de werkzaamheden. Gaat het om een eenmalige, afgebakende klus, of om werk dat qua aard en duur op een vast dienstverband lijkt?
  • De wijze waarop werk en werktijden worden bepaald. Bepaalt de werkende zelf hoe en wanneer het werk gebeurt, of ligt dat vast door de opdrachtgever?
  • Inbedding in de organisatie. Is het werk een specialistische, afgebakende opdracht, of onderdeel van de normale bedrijfsvoering — werk dat evengoed door eigen personeel gedaan zou kunnen worden?
  • Verplichting tot persoonlijke uitvoering. Moet de werkende het zelf doen, of mag hij zich laten vervangen — en gebeurt dat in de praktijk ook echt?
  • De totstandkoming van de overeenkomst. Is er daadwerkelijk onderhandeld over de voorwaarden, of kreeg de werkende een standaardcontract voorgelegd zonder ruimte voor eigen inbreng?
  • De wijze waarop de beloning wordt bepaald en uitgekeerd. Is het tarief onderhandelbaar, of legt de opdrachtgever (of het platform) het feitelijk vast?
  • De hoogte van de beloning. Een tarief dat niet wezenlijk boven wat een werknemer in loondienst zou verdienen uitkomt, weegt mee als signaal.
  • Commercieel risico. Draagt de werkende zelf het risico bij bijvoorbeeld een onbetaalde factuur, of ligt dat risico feitelijk elders?
  • Ondernemersgedrag. Gedraagt de werkende zich naar buiten toe als ondernemer — eigen KvK-inschrijving, eigen website, meerdere opdrachtgevers, eigen bedrijfsmiddelen?

Geen van deze negen is op zichzelf doorslaggevend, en de lijst is niet uitputtend — een rechter mag ook andere omstandigheden laten meewegen. Dat is precies waarom losse trucs (een vervangingsclausule die in de praktijk nooit wordt gebruikt, een tarief dat op papier 'onderhandelbaar' heet maar in de praktijk vaststaat) weinig opleveren: ze veranderen één gezichtspunt, niet het totaalbeeld.

Van abstract toetsingskader naar concrete zorgpraktijk

Een aantal van deze gezichtspunten pakt in de zorg anders uit dan bij een bezorgdienst, en dat verdient een eigen afweging. Instructies geven hoort bijvoorbeeld onvermijdelijk bij zorg verlenen: een cliënt heeft een zorgplan, en dat volg je. Het gezichtspunt 'wijze waarop werk wordt bepaald' gaat dus niet over de vraag óf er instructies zijn, maar over het onderscheid tussen aanwijzingen over het resultaat (wat er inhoudelijk moet gebeuren, in lijn met het zorgplan) en aanwijzingen over de persoon (hoe, wanneer en onder wiens gezag iemand dat doet). Dat eerste hoort bij een zelfstandige opdracht. Dat tweede wijst op een dienstverband.

Diezelfde nuance geldt voor 'inbedding in de organisatie': verpleegkundige, verzorgende of begeleidende zorg is specialistisch werk met een eigen beroepsregistratie (BIG, SKJ) — fundamenteel anders dan bezorgen, waar nauwelijks een kwalificatiedrempel bestaat. Dat maakt inhuur in de zorg niet automatisch veiliger, maar het betekent wel dat je de negen gezichtspunten met zorg-specifieke kennis moet toepassen, niet blind kopiëren van een bezorguitspraak.

Hoe CaredIn dit heeft vertaald

De Gedragscode Wet DBA die op elk profiel staat, volgt letterlijk deze indeling: acht groepen gedrag — aansturing, werktijden, organisatorische inbedding, vervanging, tarief, ondernemerschap, bedrijfsmiddelen en duur — die stuk voor stuk terug te voeren zijn op een van de negen gezichtspunten hierboven, vertaald naar wat er op een afdeling daadwerkelijk gebeurt. Een paar concrete keuzes die daaruit volgen:

  • Persoonlijke uitvoering / vervanging. Een vervanger mag alleen worden geweigerd op objectieve kwalificatie-eisen (BIG, SKJ, KvK, VOG) — nooit om andere redenen. Die toets zit in één centrale functie, zodat weigeren, automatische bevestiging en het scherm dat de opdrachtgever ziet nooit uit elkaar lopen.
  • Totstandkoming van de overeenkomst. Voordat een instelling diensten kan plaatsen, bevestigt de bevoegde persoon expliciet dat hij namens het bedrijf mag inkopen — zodat vaststaat wie de daadwerkelijke contractspartij is.
  • Beloning. CaredIn toont geen richttarieven en ontmoedigt onderhandelen niet. Bij een tarief onder de wettelijke rechtsvermoeden-grens (€ 38, prijspeil 2026) volgt een waarschuwing, geen blokkade.
  • Ondernemersgedrag. KvK-, BIG- en identiteitsverificatie zijn verplicht, en het ondernemersdossier bundelt precies het bewijs waar dit gezichtspunt om vraagt — tariefonderhandelingen, meerdere opdrachtgevers, eigen facturatie — voor het geval van een controle.

Waarom dit naast de Temper-uitspraak staat

Deliveroo is het kader; alle latere zaken zijn toepassingen ervan op een andere praktijk. In de Temper-uitspraak toetste het gerechtshof Amsterdam dezelfde negen gezichtspunten aan een ander platform, in een andere sector, en kwam opnieuw tot een arbeidsovereenkomst. Dat is geen toeval en geen 'platforms zijn per definitie fout' — het is het gevolg van feiten die, gewogen langs dezelfde negen punten, opnieuw naar dezelfde kant uitslaan. Andere zaken, met andere feiten, komen tot het tegenovergestelde oordeel. De toets blijft steeds hetzelfde; alleen de feiten per geval bepalen de uitkomst — en dat is precies waarom een instelling of professional zichzelf tegen deze negen punten moet blijven toetsen, ongeacht welk platform of welke sector het betreft.