Kort antwoord
Bij 119 van de 220 zorgconcentraties die de NZa in 2025 goedkeurde, was een private equity-partij betrokken: 54 procent, tegen 46 procent in 2024. Onderzoek vond geen aantoonbaar verschil in kwaliteit, maar wel risico's voor continuïteit.
Private equity-fondsen kopen bedrijven, vaak deels met geleend geld, en verkopen ze na een aantal jaren door. In de zorg zie je dat vooral bij tandartsen, orthodontisten, langdurige zorg, apotheken en klinieken.
De cijfers
- In 2025 keurde de NZa 220 concentraties goed. Bij 119 daarvan was private equity betrokken (NZa, 14 april 2026).
- De meeste concentraties waren in de mondzorg, de langdurige zorg en de farmacie.
- Volgens branchesite Dentalinfo werden tussen 2018 en begin 2025 462 tandartspraktijken overgenomen en hoort inmiddels zo'n 13 procent van de praktijken bij een keten (Dentalinfo).
Wat het onderzoek zegt
Onderzoek in opdracht van de Tweede Kamer vond in 2024 geen aantoonbare verschillen in kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid tussen aanbieders met en zonder private equity (Onderzoek Private Equity in de zorg). Het aandeel van private equity in de geldstromen van huisartsenzorg, verpleeghuizen en thuiszorg was toen minder dan 1 procent.
Dat is belangrijk om eerlijk te melden. De zorgen gaan dus minder over de zorg die vandaag geleverd wordt, en meer over wat er gebeurt als het misgaat: schulden die op de zorgaanbieder komen te liggen, vastgoed dat wordt verkocht en teruggehuurd, en winst die bij doorverkoop de sector verlaat. Het faillissement van huisartsenketen Co-Med liet zien hoe snel continuïteit dan in gevaar komt.
Wat er verandert
De Tweede Kamer nam meerdere moties aan tegen private equity in de huisartsenzorg. Het kabinet werkt aan strengere regels via de Wibz, onder meer voor transacties met verbonden partijen en voor schulden.
Dit artikel hoort bij de reeks Waar blijft het zorggeld? Begin bij het overzicht: Wat kost marktwerking de Nederlandse zorg?