Kort antwoord

Het aantal aanbieders van wijkverpleging groeide tussen 2016 en 2022 met meer dan 25 procent. In 2018 kostte een cliënt bij een niet-gecontracteerde aanbieder gemiddeld €8.800, tegen €5.200 bij een gecontracteerde: bijna 70 procent meer.

Wijkverpleging is een van de makkelijkste zorgmarkten om in te stappen. Wie met minder dan tien zorgverleners werkt, heeft onder de Wet toetreding zorgaanbieders geen vergunning nodig. Dat maakt ruimte voor goede kleine initiatieven, maar ook voor partijen die het niet zo nauw nemen.

De cijfers

  • Het aantal aanbieders steeg tussen 2016 en 2022 met meer dan 25 procent, met een piek in 2018.
  • Het aandeel niet-gecontracteerde wijkverpleging groeide van 4,3 procent (2016) naar 9 procent (2018).
  • De kosten daarvan stegen van €198 miljoen in 2017 naar €260 miljoen in 2018.
  • Gemiddelde kosten per cliënt in 2018: €8.800 bij niet-gecontracteerde aanbieders, €5.200 bij gecontracteerde.

Bron: NZa, Monitor (niet-)gecontracteerde wijkverpleging 2016-2019 en (Niet-)gecontracteerde zorg in de wijkverpleging.

Waarom dat duurder is

Een niet-gecontracteerde aanbieder valt buiten de afspraken die een verzekeraar maakt over doelmatigheid en kwaliteit. Meer uren per cliënt worden dan minder snel kritisch bekeken. Niet elke niet-gecontracteerde aanbieder doet iets verkeerd; sommige cliënten kiezen bewust voor een kleine aanbieder. Maar het gemiddelde verschil is te groot om toeval te zijn.

Wat er nodig is

Strengere toetreding, meer zicht op wie welke zorg levert en een eerlijke vergelijking van kosten per cliënt. De NZa heeft zelf aangegeven dat de controle op toetreders tot de zorgmarkt beter moet.

Dit artikel hoort bij de reeks Waar blijft het zorggeld? Begin bij het overzicht: Wat kost marktwerking de Nederlandse zorg?