Het probleem met een directe boete
Een instelling die geen professional ziet opdagen, heeft een acuut probleem: een dienst die niet bezet is, en soms een cliënt die daardoor zonder zorg zit. Het is begrijpelijk dat daar een consequentie tegenover staat — de modelovereenkomst voorziet daarom in een vergoeding van €100 bij een no-show. De vraag is niet óf die vergoeding bestaat, maar wie bepaalt dat hij verschuldigd is, en op welk moment.
Tot voor kort gebeurde dat in één stap: de instelling meldde de no-show, en op datzelfde moment stond de professional €100 in het rood, met een melding die het al als voldongen feit formuleerde. Geen tussenstap, geen weerwoord vooraf. Wie een geldige reden had — een technisch probleem bij het inchecken, een afspraak die telefonisch met de instelling was gemaakt, een vervanger die net niet op tijd rond kwam — moest achteraf maar zien of iemand daarnaar luisterde.
Waarom dat een Wet DBA-probleem is, niet alleen een service-probleem
De kern van de Wet DBA, en van de toets die de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest heeft neergelegd, is de vraag of er sprake is van gezag: bepaalt de opdrachtgever eenzijdig hoe er gewerkt wordt, en kan hij dat afdwingen zonder tegenspraak? Een opdrachtgever die zelf vaststelt dát iemand tekortschoot én daar zelf, meteen, een financiële sanctie aan verbindt, gedraagt zich op dat punt niet als een gelijkwaardige contractpartij — hij gedraagt zich als een werkgever die een disciplinaire maatregel oplegt.
Dat is geen theoretisch punt. Precies dit soort eenzijdige beoordelingsmacht — over wie goed werk levert, wie te laat is, wie een sanctie verdient — is in eerdere uitspraken tegen platforms gebruikt als bewijs van een arbeidsrelatie. Een vergoedingsregeling die op papier netjes in de overeenkomst staat, helpt niet als de praktijk laat zien dat één partij rechter en aanklager tegelijk is.
Hoe het nu werkt
Een no-show-melding zet nu een proces in gang in plaats van een uitkomst:
- Melding is een constatering, geen oordeel. De instelling meldt dat er geen check-in was binnen het venster — dát is objectief. Óf dat betekent dat er zonder geldige reden niet is komen opdagen, staat daarmee nog niet vast.
- 48 uur reactietermijn. De professional krijgt twee dagen om te betwisten, met een toelichting. Geen boete, geen betaalverzoek in die periode.
- CaredIn beoordeelt, niet de instelling. Een betwisting gaat naar CaredIn, niet terug naar de partij die de melding deed. Zolang die beoordeling loopt, staat de zaak stil.
- Pas na de termijn wordt het definitief. Is er niet betwist, dan wordt de vergoeding automatisch — door het verstrijken van de termijn, niet door een besluit van de instelling — definitief verschuldigd. Pas dan kan de instelling daadwerkelijk om betaling vragen.
Wat dit oplost, en wat niet
Dit verandert niets aan het recht van een instelling op een vergoeding bij een echte no-show — dat blijft gewoon in de overeenkomst staan. Het verandert wie de knoop doorhakt als daar onenigheid over bestaat. Een instelling met een terechte melding merkt in de praktijk weinig: geen betwisting, geen vertraging van betekenis, gewoon een vergoeding die na twee dagen inbaar is. Een professional met een geldige reden krijgt wat er hoort te zijn: de kans om dat te laten meewegen vóórdat er geld wordt gevraagd, beoordeeld door een partij die niet zelf belang heeft bij de uitkomst.
Het is een klein stukje van de puzzel — maar precies het soort detail waar een rechter of de Belastingdienst op let: niet de tekst van de overeenkomst, maar wie in de praktijk de macht heeft om eenzijdig te beslissen.